Het gaat erg snel met de ontwikkelingen rond de zelfrijdende auto. Inmiddels hebben veel mensen al wel gehoord van de ‘Google auto’ die zichzelf door de meest ingewikkelde verkeerssituaties heen kan leiden. En in race-stand alle coureurs eruit rijdt.

Bekijk hier een goed praktijkvoorbeeld van de Google auto:

Deze auto’s mogen in drie staten in de VS de openbare weg op met een speciale vergunning. Het is dus al echt in de praktijk-testfase. Google verwacht dit binnen 2 tot 4 jaar marktklaar te hebben. Dat wil zeggen dat autofabrikanten deze technologie kunnen gaan inbouwen. Als gewone consument zul je waarschijnlijk meer moeten denken aan 4 tot 6 jaar met de ontwikkeltijden die de autofabrikant nodig heeft. Tenzij dit deels parallel loopt, maar daar laten de autofabrikanten of Google zich niet over uit. Het is niet voor niets een Google X project.

Nederland

In Nederland hebben wij bij Helmond een actieve Automotive Campus een aantal clubs zitten die graag mee willen spelen in deze evolutie van auto’s. Ook zijn er bijvoorbeeld al bedrijven die al jaren sensoren in auto’s voor vele merken ontwikkelen. Politiek gezien heeft het CDA een vooruitstrevend standpunt ingenomen. Wie weet kunnen wij dus in Nederland ook een rol van betekenis gaan krijgen in de ontwikkeling en uitrol van de zelfrijdende auto.

Over het algemeen gaan ontwikkelingen in zeer kleine stapjes. Evolutie in plaats van revolutie. Die stapjes zijn behapbaar voor zowel de industrie, de overheid, als de consument. Mercedes komt nog dit jaar met modellen uit die deels zelfstandig kunnen rijden. Ze vergroten de veiligheid en geven meer gemak. Daar zal niemand over klagen. Gingen wij de afgelopen jaren van ‘cruise control’ naar ‘dynamic cruise control‘ en automatisch inparkeren, komen daar nu ‘lane assist‘ en automatisch remmen bij. Ondertussen is de stap naar een geheel zelfrijdende auto niet zo groot meer. Het is op een gegeven moment zelfs een versimpeling; allerhande dure systemen als een HUD, monitoring van de chauffeur en het trillen van het stuur als je over een lijn gaat zijn niet meer nodig. Het is niet raar dat een of twee versies verder deze Mercedes S auto’s ook het laatste dat laatste stapje zelf gaan afhandelen. En dat gaat echt niet nog 10 jaar duren. Het zal wel in het begin voorbehouden zijn aan de meest dure edities van elk merk en dus in het begin maar mondjesmaat op de markt komen. Pas als de prijs zakt zal de massa er aan beginnen.

De meest ultieme configuratie zou mijns inziens een Tesla met Google combinatie zijn, wat niet zo’n gekke gedachte is. Hopelijk gaat dit balletje de komende jaren rollen en krijgt het een sneeuwbaleffect. Pas bij grotere aantallen geeft een acceptabele prijs en geeft ook echt grotere effecten.

Regelgeving

Het rijk moet voor algemene regels zorgen die het mogelijk maken dat deze auto’s er ook in Nederland kunnen komen. Neem simpelweg de ideeën/regels over uit Californië, Nevada en Miami en je bent al een heel eind. Bedrijven als Google zullen dan op de Nederlandse wegen kunnen gaan testen en ervaring op doen. Dat is een traject dat jaren kan duren, dus moet zo snel mogelijk in Nederland mogelijk gemaakt worden, anders gaan we achter lopen. Zo min mogelijk regels is het devies. De marktpartijen weten dat een ongeluk desastreus is voor het vertrouwen van de consument in de technologie, dus het moet in een keer goed gaan. Zeker met aansprakelijkheid bij de producent, zal dit automatisch een goede prikkel zijn voor een veilige uitrol.

Minder ongelukken

Nu zijn er 650 in Nederland verkeersdoden per jaar en dik 20.000 gewonden. Dat kan naarmate er meer zelfrijdende auto’s komen flink naar beneden. Er zijn tal van redenen waarom de zelfrijdende auto veel veiliger zal worden. De zelfrijdende auto heeft zoveel sensoren, dat hij altijd weet wat er om hem heen gebeurd. Dit zal er toe leiden dat hij veel minder ongelukken gaat maken. Een groot voordeel is dat de zelfrijdende auto nooit moe of afgeleid is. Zijn reactiesnelheid is altijd optimaal. En hij kan rekening houden met verkeer achter hem (en die al waarschuwen van de noodsituatie ervoor (kettingbotsingen zullen helemaal tot het verleden gaan behoren). Hij ziet in een laagstaande zon, regenachtig, mistig weer prima. Merkt het al een wiel last heeft van gladheid en compenseert hiervoor. Enzovoorts, enzovoorts. De afhankelijkheid van techniek is groter, maar dit is zo te maken dat dit gewoonweg minder vaak problemen geeft. Als dit omslagpunt is bereikt (wat dus nu al bijna het geval is) dan zal alleen het investeringsvraagstuk nog een probleem zijn. We hebben immers niet zomaar 7 miljoen voertuigen vervangen.

Verzekering

Wie is er aansprakelijk bij een ongeluk met (deels) automatisch rijdende auto’s? En hoe verzeker je die aansprakelijkheid? Het zal veel meer dan nu het geval is een fout van de fabrikant zijn. Bij een ongeluk tussen twee zelfrijdende auto’s is de software of hardware waarschijnlijk fout geweest en daarom de fabrikant aansprakelijk. De software is dan wel zo te verbeteren dat die fout niet meer voor kan komen. Die fout zou dus eenmalig zijn een daarmee is een model denkbaar dat de verzekeringspremie flink omlaag kan en niet aan een verzekeraar, maar aan de fabrikant betaald moet worden voor onderhoudsupdates (betere software en nieuwe sensoren). De zelfrijdende Google auto’s hebben meer dan 500.000 mijl (ruwweg twintig maal de omtrek van de wereld) gereden zonder een ongeluk.

Minder files

De Nederlandse automobilist stond in 2012 gemiddeld 52 uur in de file. De zelfrijdende auto’s rijden veel efficiënter dan een mens dit (gemiddeld) kan. Constantere snelheden, optimaal berekende afstanden, aanrijtijden en routes zullen voor veel betere benutting van de weg leiden. Zeker als je dit combineert met voertuig-naar-voertuig communicatiesystemen, waarmee bijvoorbeeld TNO experimenteert bij Helmond (allemaal tegelijk optrekken en de file is weg!). Het is dus zeer aannemelijk dat het aantal files flink omlaag kan.

Veel meer vrije en nuttige tijd

Reizen met een zelfrijdende auto gaat veel meer lijken op reizen zoals in een trein, vliegtuig of taxi, of een auto met een privé-chauffeur. Alle reistijd is ineens nuttig te gebruiken, de chauffeur kan immers een dutje gaan doen, een boekje lezen of zijn mail bijwerken. Bellen in de auto is altijd hands-free en leidt de chauffeur nu niet meer af. Tijd kan weer nuttig worden besteed aan andere zaken. Daarnaast zal je veel uitgeruster op de plaats van bestemming aankomen en dus ook daarna beter presteren en nuttiger zijn.

Veel minder auto’s

Daarnaast heb je veel minder auto’s nodig omdat je je auto gemakkelijker kunt ‘uitlenen’ binnen je gezin of eventueel je familie of vrienden. Je auto brengt je ’s ochtends naar je werk en staat de rest van de dag weer voor de deur, waar een ander gezinslid er gewoon gebruik van kan maken. Het delen van een auto krijgt bijna een taxi-functie. Er zullen dus minder auto’s komen, omdat ze efficiënter in te zetten zijn.

Verhuurbedrijven kunnen een vloot van deze auto’s gemakkelijk als taxi’s rond laten rijden. Vraag op je smartphone een auto aan en hij komt je automatisch oppikken. Deze auto’s zijn veel in gebruik en kunnen dus een zeer laag tarief vragen, waarvoor je eigenlijk zelf beter geen auto voor de deur kunt hebben staan. Misschien dat je je auto kunt aanmelden bij een time-share organisatie en dat hij op die manier juist weer geld oplevert.

Minder auto’s geeft minder parkeerproblemen. Zo laat je auto je afzetten bij de winkelstraat en hij rijdt zelf wel ergens heen waar gratis parkeerplek is en komt je weer ophalen wanneer jij dat wil, waar jij dat wil. Een parkeergarage hoef je zelf dus nooit meer te zien.

Q-Park moet sowieso zijn model en garages dus ook aanpassen en bijvoorbeeld oplaadpunten bieden en andere vormen van toegevoegde waarde naast lokale parkeerruimte, want anders gaat jouw auto daar natuurlijk niet duur parkeren. Betaalde parkeerplaatsen zullen als er naar verhouding veel zelfrijdende auto’s zijn, dus gaan verdwijnen of met variabele tarieven erg goedkoop zijn moeten werken. Anders gaat jouw auto daar natuurlijk niet parkeren.

Gemak

De grote hoeveelheid sensoren kunnen als bijkomstigheid ook zorgen voor leuke andere zaken, die zorgen voor veel extra comfort en een betere rijervaring. Zowel de Tesla Model S als bepaalde Mercedes modellen hebben nu al de optie om de vering te laten reageren op het wegdek. Putten en bulten in de weg zul je niet kunnen voelen, zolang dit binnen het bereik van de vering ligt om deze op te vangen. De auto blijft dan perfect stabiel en het wiel vangt alle hoogteverschillen op. Zoals bijvoorbeeld deze volledig elektrische auto heeft:

Stoplichten versus rotondes

Stoplichten zijn stom en dom. Die zijn uiteraard met meer sensoren en communicatie met auto’s wat slimmer te maken, maar ze blijven inefficiënt. Bij kruispunten is een rotonde al snel aan te raden. Een zelfrijdende auto kan perfect berekenen wat zijn optimale snelheid moet zijn om op een vrije plek op de rotonde uit te komen. Hij zal dus veel minder vaak stil komen te staan voor een rotonde en dit zal een zeer efficiënte doorvoer van auto’s betekenen.

Meer asfalt heeft vrij weinig zin. Het asfalt moet slimmer ingezet worden. Knelpunten zijn bijvoorbeeld spoorwegovergangen; die zijn niet te ontwijken of goed in te plannen, dus zou hier eerder gekozen moeten worden voor ondertunneling. Het verbreden van een weg om meer capaciteit te creëren heeft als er maar genoeg zelfrijdende auto’s zijn geen grote meerwaarde meer. Langzamer verkeer gaat nu al veel sneller dan 10 jaar geleden. Een nieuwe tractor anno 2013 kan 80km/u rijden en een vrachtwagen trekt menig gewone auto bij het optrekken eruit. Dat zijn dus allemaal aflopende zaken en geen echte knelpunten geven op de langetermijn.

Wennen

Veel mensen zullen moeten wennen aan het ‘bijrijden’ in een zelfrijdende auto. Sturen zullen op een gegeven moment verdwijnen en de indeling van de auto zal meer als de vierzitsplaats in de trein worden; tegenover elkaar. Auto’s die iemand hebben afgezet of ophalen, zullen leeg rondrijden. Ook iets dat een zeer raar gevoel zal geven de eerste tijd. Maar ze komen er aan en hebben immense voordelen, laten we er ons dus op voorbereiden.